A-308 H-08 Terlet 09 september 1967

H-08

De H-08 is op 14 februari 1966 in dienst genomen en werd afgeleverd op vliegveld Ypenburg. Het toestel werd toegewezen aan de SAR/TAR-vlucht.

Het was voor de SAR de eerste Alouette III die de Alouette II verving. De Alouette had als bijnaam Betty.

De H-registratie heeft alles te maken met de compleet andere taak in vergelijking met de GPLV Alouette’s die eigendom waren van de Landmacht. De SAR-kisten werden betaald uit het KLu budget. Waarschijnlijk een stukje chauvinisme van de KLu.

Op 29 april 1966 ging de H-08 naar NV Lichtwerk te Hoogeveen.  Waarschijnlijk is het hele hoistsysteem daar geïnstalleerd. De floats kwamen een paar jaar later. Op 10 juni 1966 keerde het inclusief hoist terug naar Ypenburg.

Op 30 september 1966 werd de Alouette II op Ypenburg officieel uitgefaseerd, gemarkeerd door een afscheids-formatievlucht. Deze vlucht symboliseerde het einde van een tijdperk:

de Alouette II maakte plaats voor modernere helikopters zoals de Alouette III, die groter, krachtiger en veelzijdiger was.

Hoewel de Alouette II na 1966 verdween uit actieve dienst, blijft het toestel historisch belangrijk als pionier van de Nederlandse militaire helikopterluchtvaart en als opleidingsplatform voor een hele generatie KLu-vliegers.

In de afscheids-formatievlucht vlogen de Alouettes H-08, H-20 en H-67 (met vaste floats), evenals de Alouette II de H-6 en H-4 mee.

De H-08 was op 25 mei 1968 aanwezig bij de Dutch Aero Fair te Eelde.

Op 23 augustus 1968 werd de SAR administratief naar Basisvlucht Soesterberg overgeplaatst.

Zo kwam het dat op 20 september 1968 de H-08, H-20 en H-81 in formatie overvlogen naar Soesterberg. Op 16 november 1968 werd de SAR-vlucht een zelfstandige eenheid, en als SAR/Foto-vlucht losgekoppeld van de basisvlucht Soesterberg.

De Firma NV Lichtwerk deed de eerste jaren het onderhoud en modificaties aan de SAR Alouette’s. Toen in 1969 de NV Lichtwerk verdween werd ook het onderhoud aan de SAR-kisten gestopt en werd het onderhoud ingepast in het onderhoudsschema van O&M squadron en DVM op Gilze-Rijen. NV Lichtwerk had daarvoor al ervaring opgedaan met het onderhoud van de Alouette’s II.

In 1969 werd de H-08 voorzien van emergency floatation gear.(of volledig Nederlands: “… met nooddrijvers / nooddrijfmiddelen.”) 

De H-08 nam in mei 1970 deel aan de SAR Rescue Meet te Ypenburg.

Het toestel was van 14 t/m 19 juni 1971 deelnemer op het 5th International Helikopter Meet te RAF West Raynham.

Op 8 oktober 1971 kwam er een abrupt einde aan de H-08.

Eerste luitenantvlieger Boskamp en boordmonteur-redder sergeant-majoor Westerhoven, inmiddels tot de vaste bemanning van het Koninklijk Huis behorend, waren op de terugweg van een reis met Z.K.H. Prins Bernhard. Beiden raakte zwaargewond bij dit vliegongeval. Vlieger eerste luitenant Boskamp: “We waren net drie dagen met de Prins in diens functie als Inspecteur-Generaal, PS door Duitsland langs de daar gelegerde militairen gevlogen. We waren op de terugvlucht naar Soesterberg. De Prins hadden we in Celle afgezet, waar hij op een vliegtuig was gestapt naar een volgende bestemming. Het was ongeveer 16.30 uur toen boven Klarenbeek op de Veluwe met een harde knal de aandrijfas doormidden brak. Ik probeerde nog een noodlanding te maken, maar de laatste tien meter ‘donderde’ de Alouette als een steen naar beneden en we crashten. Door de explosie werd de cabine in een wolk van rook gehuld. Door de klap brak het bedieningspaneel van de ADF-radio van zijn frame en belandde tussen het voetenstuur van de tweede bestuurdersplaats, de plek waar boordmonteur Westerhoven zat. Vliegensvlug maakte sergeant-majoor Westerhoven zijn riemen wat losser zodat hij bij het radiopaneel kon. Door het in zijn handen vrij te houden van de bewegende voetenstuurpendalen, was er nog enige kans voor een redelijke noodlanding! Terwijl hij half in de riemen enkele seconden wachtte op de flare (een in te nemen neusstand om tijdens een autorotatie de laatste meters naar de grond de helikopter ‘af te vangen’), met de bedoeling om daarna het radiopaneel weer los te laten en onmiddellijk rechtop in zijn stoel te gaan zitten voor de klap, knalde de helikopter al tegen de grond… Hun Alouette, de H-08 (Betty) raakte daarbij totaal verwoest. De beide bemanningsleden liepen zwaar hoofd- en rugletsel op. Boordmonteur sergeant-majoor Westerhoven weet zich te herinneren: “Toen ik bij mijn positieven kwam, hoorde ik een enorme herrie. Het duurde een hele tijd tot ik door had dat dit de nog draaiende motor was. Het eerste wat in me op kwam, was zo snel mogelijk brand zien te voorkomen; door de noodbrandstofkraan dicht te trekken zou de motor hopelijk afslaan en dat deed ik ook. De motor zweeg en gelukkig bleef brand achterwege. Toen zag ik Oscar (Boskamp, PS) liggen; tien tot vijftien meter van het wrak. Ik moest door het linker onderraam te kruipen om uit de verwoeste cabine te komen. Omdat ik geen gevoel meer in mijn benen had, heb ik me op m’n armen naar hem toe bewogen. Een kleine tien minuten later was eerste hulp ter plaatse. De plaatselijke huisarts uit Klarenbeek arriveerde kort daarna. Deze constateerde toen hij Westerhoven onderzocht nuchter, die heeft zijn rug gebroken. Boskamp en Westerhoven werden in allerijl naar het Juliana ziekenhuis in Apeldoorn gebracht. Daar werden zij drie weken verpleegd.

Z.K.H. Prins Bernhard werd korte tijd later op de hoogte gesteld. Hij vergat zijn vliegers tijdens hun ziekbed niet. Boskamp: “Hij stuurde iedereen naar me toe. Pieter van Vollenhoven kwam ongeveer om de dag namens zijn schoonvader vragen hoe het met me was en hij kwam meestal niet met lege handen. En toen ik in het revalidatiecentrum zat, kwam de secretaresse van de Prins met een kist vol boeken en natuurlijk een flesje. Maar ook hijzelf kwam me later thuis opzoeken in mijn flat in Veenendaal. M’n vrouw uiteraard in de zenuwen, maar ik vertelde haar dat dat echt niet nodig was. Let maar op, zei ik, na twee minuten al lach je je rot. En ’t was precies zoals ik zei. De Prins zou een kwartiertje blijven, maar ging uiteindelijk pas na twee uur weer weg. Hij was blij niet in de heli gezeten te hebben, omdat hij die klap met z’n zwakke rug nooit zou hebben overleefd. Ook sergeant-majoor Westerhoven werd door de Prins thuis bezocht. Na een lange herstel- en revalidatieperiode van bijna acht maanden in Doorn konden beide mannen gelukkig hun werk weer doen. In mei 1972 waren zij weer in functie! Over het weer aan het werk gaan, vertelde Boskamp: “De aanloop was wel even moeilijk. Op de eerste paar vluchten ‘hoorde’ ik steeds weer die harde klap. De H-08 werd nooit vervangen. Vanaf dat moment vloog de SAR met vier in plaats van vijf helikopters.

(Uit: Dienen in Nood, deel 1. P.L. Schram)

De Bergingsdienst heeft het toestel uit het weiland geborgen. De H-08 was iets meer dan vijf jaar in dienst in Nederland. Vanwege de ernstige schade bleek herstel niet meer mogelijk en werd het toestel afgeschreven.