De Alouette III bij de Koninklijke Luchtmacht, in Chronologische vogelvlucht

(Over de invoering, het operationele gebruik en de uitfasering van de Alouette III bij de KLu) door Ed Roelofs

De verwerving

Het eerste helikoptertype dat in gebruik wordt genomen bij de Koninklijke Luchtmacht is de Amerikaanse Hiller OH-23B Raven. Sinds 1955 zijn er in totaal 35 stuks in gebruik bij zowel 298- als 299 Squadron. Ter vervanging van de als oud en ondoelmatig aangemerkte Hillers wordt begin zestiger jaren een studiecommissie ingesteld.

Foto: De Hiller OH-23B 8A-206 van 298 Sqn juli 1956

Intussen worden in maart 1959 de eerste twee van in totaal zes bestelde Sud Aviation Alouette II’s in dienst genomen als reddingshelikopters. De toestellen worden initieel ingedeeld bij de zogenaamde Sea Air Rescue/Tactical Air Rescue (SAR/TAR) vlucht van 298 Squadron op Vliegbasis Ypenburg.

Na het vertrek van twee Alouette II’s met vliegkampschip HMS Karel Doorman naar Nieuw-Guinea in 1960 worden nog twee extra toestellen besteld.

In 1961 wordt de SAR/TAR vlucht uitgebreid van zes tot acht toestellen. En op 1 september 1961 wordt deze vlucht een zelfstandig onderdeel op Vliegbasis Ypenburg.

Eerdergenoemde studiecommissie wordt opgevolgd door een evaluatiecommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de Koninklijke Luchtmacht, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) en de Koninklijke Landmacht, laatstgenoemde als toekomstige betaler van de rekening. Na bezoeken aan diverse fabrikanten wordt uiteindelijk in december 1963 een contract afgesloten met Sud Aviation voor de levering van 21 SE-3160 Alouette III helikopters. Betaald door de Koninklijke landmacht, maar te vliegen en te onderhouden door de Koninklijke Luchtmacht, voor de prijs van maar liefst 23 miljoen francs. Omgerekend ca. 800.000 gulden per helikopter, inclusief reserve-onderdelen voor 18 maanden.

De eerste twee toestellen, de A-208 en de A-209, worden op 29 juli 1964 bij de fabriek in Marignane (bij Marseille) formeel door de Koninklijke Luchtmacht overgenomen. Twee dagen later landen ze op Vliegbasis Soesterberg.

 

In het najaar van 1964 plaatst de Koninklijke Landmacht een vervolgorder van 24 toestellen, onder dezelfde voorwaarden als de eerste serie. De Koninklijke Luchtmacht sluit hierbij aan met de bestelling van vijf Alouette III’s in de Search and Rescue (SAR) uitvoering, dit ter vervanging van de zeven overgebleven Alouette II reddingshelikopters.

Enkele maanden nadat op 24 mei 1965 de A-282 als laatste toestel van de eerste serie wordt afgeleverd, volgt op 5 juli 1965 de A-292 als eerste helikopter van de tweede serie. De laatste Alouette van deze tweede serie, de A-415, wordt op 16 december 1966 in dienst genomen.

Een jaar later, in 1967, wordt een nieuw contract getekend voor de levering van nog eens 27 toestellen van hetzelfde type. Met deze order is een bedrag gemoeid van 25 miljoen gulden. Deze derde serie wordt in Frankrijk gebouwd, maar de assemblage vindt plaats in Nederland, bij de Firma Lichtwerk in Hoogeveen. Hiermee komt het totale aantal bestelde Alouette III’s voor de Nederlandse Krijgsmacht op maar liefst 77 stuks, inclusief de vijf SAR-exemplaren.

Het eerste door Lichtwerk geassembleerde toestel, de A-451, wordt op 16 oktober 1967 afgeleverd. En de allerlaatste van deze serie is de A-550, deze wordt afgeleverd op 8 juli 1969.

 

Ingebruikname

Na aflevering worden de toestellen in principe eerst ingedeeld bij het Onderhoud & Materieel Squadron (O&M Squadron). Hier wordt een inname-inspectie uitgevoerd. Daarna zijn de toestellen gereed voor aflevering aan één van de vliegende squadrons van de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV).

In de initiële contractbesprekingen wordt ook gesproken over opleidingen. Besloten wordt dat een eerste groep Nederlandse vliegers bij de fabriek in Marignane door Franse instructeurs wordt opgeleid. Deze eerste groep bestaat enkel uit ervaren Nederlandse instructeurs, die na hun eigen opleiding de conversie in Nederland gaan verzorgen.

Parallel hieraan wordt ook een groep ervaren monteurs in Frankrijk opgeleid, eerst zes weken bij de fabriek in Marignane en aansluitend twee weken bij motorfabrikant Turboméca in Pau.

Naast monteurs van 298 en 299 Squadron is ook iemand mee van de Luchtmacht Electronische en Technische School (LETS), dit om een technische cursus te ontwikkelen om in Nederland instructie te kunnen geven. 

De eerste eenheid die met de nieuwe Alouette III ’s wordt uitgerust is 298 Squadron. Dit squadron is in 1963 terugverhuisd van Vliegbasis Ypenburg naar Vliegbasis Deelen en beschikt over een vloot van 10 Hiller OH-23B helikopters en 15 Piper L-21B Super Cub vliegtuigen.

De eerste zes Alouette’s worden medio 1964 overgedragen en de eerste conversie start in november van hetzelfde jaar. En hoewel de Alouette vloot van 298 dan nog niet op sterkte is, worden gelijk met de voltooiing van de eerste conversie in januari 1965 ook de laatste Hillers door 298 afgestoten. Een maand later wordt besloten om het aantal organiek ingedeelde Alouette’s te verhogen van 10 naar 12.

Met de verhuizing van 298 Squadron naar Vliegbasis Soesterberg in september 1968 blijven alle Piper Cubs achter op Deelen. Het aantal helikopters wordt uitgebreid van 12 naar 24 Alouette’s en daarmee is 298 het eerste all helicopter squadron van de GPLV. 

In navolging van 298 worden begin 1965 ook bij 299 Squadron op Vliegbasis Deelen de Hillers vervangen door Alouette III’s. In augustus 1965 wordt het aantal van 12 toestellen bereikt. Daarnaast zijn nog een aantal Piper L-21B Super Cubs in gebruik. In januari 1969 worden de laatste Pipers afgestoten en beschikt ook 299 Squadron over 24 Alouette III’s.

Bij 300 Squadron, gestationeerd op Vliegbasis Ypenburg, worden in het voorjaar van 1965 de eerste Alouette’s in gebruik genomen ter vervanging van de Hillers. En in augustus van dat jaar is de vervanging compleet en beschikt 300 Squadron over 12 Alouette III’s. Een deel van de toestellen wordt gebruikt voor opleidingen, de zogenaamde Helikopter Vlieg Opleiding (HVO).

De eerste Alouette III ten behoeve van de SAR, de H-08, wordt op 14 februari 1966 afgeleverd en ingedeeld bij de zelfstandige SAR vlucht op Vliegbasis Ypenburg. Telkens bij een nieuwe aflevering worden één of meerdere Alouette II’s als inruil naar Frankrijk gevlogen. De H-81 tenslotte wordt als laatste van de vijf bestelde toestellen afgeleverd op 8 juli 1966.

 

Verdere ontwikkelingen Alouette III vloot

 Begin zeventiger jaren wordt door de Koninklijke Landmacht besloten tot de aankoop van 30 lichte, tweemotorige verkenningshelikopters van het type Messerschmidt-Bölkow-Blohm

Bo-105C. Ook deze toestellen worden, net als de 72 Alouette III’s, ingedeeld bij de GPLV. Hierbij wordt de keus gemaakt om zowel 298- als 299 Squadron uit te rusten met 12 Bo-105’s, onder gelijktijdig inleveren van 12 Alouette’s. Deze exercitie begint bij de aflevering van de eerste twee Bo-105’s, in augustus 1975, bij 298 op Soesterberg. Na aflevering van de Bo-105’s beschikken dus zowel 298 als 299 Squadron over een gemixte vloot van 12 Alouette III en 12 Bo-105 helikopters.

Van de bij 298 en 299 vrijgekomen Alouette III’s worden er 12 toebedeeld aan 300 Squadron, die daarmee de beschikking krijgt over 24 toestellen van dit type. Gelijktijdig worden dan ook hier de laatste Piper Cubs buiten dienst gesteld, waarmee de complete GPLV een all-helicopter eenheid wordt.

Amper vier jaar na invoering wordt om operationeel-technische redenen besloten tot herverdeling van de Bo-105 vloot: 299 Squadron krijgt als enige squadron 24 Bo-105’s en

298 wordt in mei 1979 met 24 toestellen weer een all-Alouette III Squadron.

In de oorlogsplannen van het 1e Nederlandse Legerkorps is sinds februari 1965 ook een mobilisabel squadron opgenomen. Bij de legerkorpsoefening ‘Saxon Drive’ in 1978 wordt dit 302(mob) Squadron voor het eerste in z’n geheel gemobiliseerd en ingezet in West-Duitsland.

De benodigde Alouette’s worden voor een deel uit de lijnreserve van het O&M Squadron gehaald, daarnaast moeten ook de operationele squadron gedurende een maand een aantal toestellen afstaan aan 302.

Eenzelfde exercitie vindt tien jaar later nogmaals laats, nu bij de legerkorpsoefening ‘Free Lion’ in 1988.

Nieuwe helikopters, forse inkrimping aantal Alouette III’s.

 Na de val van de Berlijnse muur eind 1989 en de daaropvolgende heroriëntatie van de NAVO besluiten veel landen om hun krijgsmacht aan te passen aan de nieuwe realiteit.

Begin jaren negentig kiest Nederland voor de oprichting van een Luchtmobiele Brigade, inclusief de daarbij horende transport- en gevechtshelikopters.

Deze beslissing heeft verregaande consequenties voor Alouette III vloot, die op dat moment nog uit circa 65 toestellen bestaat (inclusief SAR).

Daarnaast wordt, in het kader van bezuinigingen, Deelen als vliegbasis gesloten. Het terrein blijft wel beschikbaar als oefenlocatie, dit onder de naam Militair Luchtvaartterrein Deelen (MLT Deelen). Alle op Deelen gestationeerde eenheden van de GPLV worden overgeplaatst naar Vliegbasis Gilze-Rijen.

In afwachting van de komst van gevechtshelikopters wordt het 302 (Interim) Squadron (302i) op Gilze-Rijen opgericht. Deze nieuwe eenheid gaat alle Alouette’s overnemen van 298 & 300 Squadron, die aansluitend met respectievelijk CH-47D Chinook en AS-532 Cougar transporthelikopters worden uitgerust.

Ook de SAR-eenheid op Vliegbasis Leeuwarden wordt voorzien van nieuwe helikopters: de vier overgebleven Alouette III’s maken plaats voor drie Italiaanse Agusta AB-412 reddings-helikopters. De eerste hiervan komt begin maart 1994 naar Nederland. Op 18 maart is de afscheidsvlucht van de SAR Alouette’s, waarvan er drie aan de Pakistaanse Marine worden verkocht en de H-20 een plek krijgt in het Militaire Luchtvaart Museum te Soesterberg.

In mei 1995 worden alle overgebleven Alouette’s van 298 overgevlogen naar 302i op Gilze-Rijen. Ook gaan er alvast zes Alouette’s van 300 Squadron naar 302i. In september van dat jaar gaan alle overgebleven Alouette’s van 300 naar 302i Squadron, dat daarmee op het hoogtepunt beschikt over maar liefst 45 toestellen!

Vanaf oktober 1995 wordt door de luchtmacht begonnen met de uitfasering van de Alouette’s. Veel toestellen worden verkocht (aan o.a. de luchtmachten van Malta en Tsjaad), een aantal wordt ‘ingeruild’ bij Eurocopter Frankrijk en sommige worden overgedragen als technisch lesmateriaal of als permanent static airframe.  

In maart 1997 zijn er nog 12 Alouette’s operationeel en deze worden dan, met het bijbehorende personeel, administratief ingedeeld als ‘Alouette-vlucht’ bij 299 Squadron, eveneens op Vliegbasis Gilze-Rijen.

Foto: A-342 en A-302 verkocht aan Tjaad

Intussen is bekend geworden dat beide transporthelikoptersquadrons op Vliegbasis Soesterberg zullen worden gestationeerd en dat de 30 bestelde AH-64A Apache gevechtshelikopters bij twee squadrons (301 en 302) op Vliegbasis Gilze-Rijen zullen worden ondergebracht.

Dan wordt een voor velen verrassende beslissing genomen: dit betreft de relocatie van de Alouette-vlucht van 299 Squadron Gilze-Rijen naar Soesterberg. En waar eerst het plan is om deze toestellen aan 298 toe te wijzen worden ze toch ingedeeld bij 300 Squadron. Door bij 298 een extra Chinook opstelplaats aan de nieuwe hangaar 9 te bouwen komt hangaar 5 volledig ter beschikking van 300 Squadron. Daarmee beschikt 300 over voldoende hangaar ruimte om naast de nieuwe Cougars ook onderdak te kunnen bieden aan alle overgebleven operationele Alouette’s.

Op 19 juni 1998 wordt de Alouette-vlucht verplaatst naar Soesterberg. Het betreft in totaal nog negen toestellen, waarvan vijf vliegend de Bakermat bereiken. Vier worden over de weg verplaatst en gaan voorlopig in een shelter in opslag.

En dan zijn er nog maar vier…

In maart 2000 is de A-253 aan groot onderhoud toe. Aangezien de luchtmacht zelf niet meer over de hiervoor benodigde capaciteit beschikt -het GOAL-dock is in 1996 opgeheven- valt ook voor dit toestel het doek. Planmatig staat immers dan nog steeds eind 2004 als datum voor de definitieve uitfasering van de Alouette III vloot.

Geheel onverwacht besluit de luchtmacht in 2002 om alle Bo-105C ‘s vervroegd buiten dienst te stellen. Daarmee dreigt de complete vloot lichte helikopters binnen enkele jaren geheel te verdwijnen. Bovendien wordt de aflevering van de nieuwe NH-90 toestellen voor de Koninklijke Marine steeds verder vertraagd, het eerste exemplaar wordt nu pas eind 2007 verwacht. Dit alles leidt ertoe dat bij de Afdeling Helikopter Operaties (AHO) op de Luchtmachtstaf een nota wordt geschreven om de vier overgebleven Alouette’s ook na 2004 in de vaart te houden, tot zeker 2008.

Na een nogal apart en traag verlopende stafprocedure krijgt de nota uiteindelijk toch groen licht en wordt er een Europese aanbesteding uitgeschreven voor groot onderhoud aan de vier Alouette’s.

Na evaluatie van de ontvangen inschrijvingen sleept de Zwitserse Firma RUAG het contract binnen. En in het voorjaar van 2004 vliegt de A-301 als eerste naar de fabriek van RUAG in Alpnach, Zwitserland.

Wat vrijwel niemand weet is, dat er in het onderhoudscontract is vastgelegd om tijdens de schilderbeurt niet opnieuw camouflagekleuren aan te brengen, maar om de toestellen geheel blauw te spuiten…*

Op de druilerige vrijdagmiddag van 27 augustus 2004 landt de blauwe A-301 weer op Soesterberg, precies op tijd voor de viering van ‘40 jaar Alouete III bij de Koninklijke Luchtmacht’ bij 300 Squadron op 2 september 2004.

Aansluitend volgen respectievelijk de A-247 (januari 2005) en de A-275 (mei 2005).

Als laatste van de vier vliegt de A-292 in november 2005 in de prachtig blauwe kleurstelling weer terug naar Nederland.

En na deze grote onderhoudsbeurt, waarin tevens de opwaardering van het type SE-3160 naar SA-316B wordt gerealiseerd (100 kg hoger maximum startgewicht), kunnen de toestellen in principe weer 12 jaar mee, dus tot 2016…

Met de troonswisseling in 2013 van Koningin Beatrix naar Koning Willem-Alexander komt er een einde aan de jarenlange uitvoering van vluchten voor het Koninklijk Huis, de zogenaamde Royal Flights. De Koning vindt de Alouette’s ‘niet meer van deze tijd’. Hiermee valt de belangrijkste ‘klant’ van de Alouette-vlucht weg en komt -helaas- de weg vrij voor definitieve uitfasering.

Wel wordt in 2014 op grootse wijze op Vliegbasis Gilze-Rijen het jubileum ‘50 jaar Alouette III bij de Koninklijke Luchtmacht’ gevierd, als speciaal onderdeel van de Luchtmachtdagen 2014. Naast een uitgebreide static show wordt door de Alouette-vlucht een prachtige vliegdemonstratie verzorgd.

In een nieuwe bezuinigingsronde wordt besloten de blauwe leeuweriken per 1 januari 2016 uit de vaart te nemen. Na ruim 51 jaar komt zo een einde aan de prachtige carrière van de Alouette III bij de Koninklijke Luchtmacht en is dit toestel ‘het de langste tijd bij de luchtmacht vliegende toestel’ uit de luchtmacht historie.

De vier toestellen worden ten verkoop aangeboden en gaan voorlopig in opslag in een shelter op Vliegbasis Gilze-Rijen.

Toch nog verkocht

 Ondanks het feit dat de toestellen in luchtwaardige staat worden aangeboden lukt het niet om ze te verkopen. Na enige tijd wordt gestopt met het ‘af en toe een rondje vliegen’ en enige tijd daarna wordt besloten om ook het regelmatig opstarten van de motor te beëindigen.

Tot twee keer wordt de verkoop van het complete kwartet op het laatste moment afgeblazen: eerst wil een potentiële koper in de omgeving van New York (VS) niet (aan)betalen, later gebeurt hetzelfde met een mogelijke koper in Australië.

Eind 2018, kort voor het aflopen van de verkoopperiode, toont Malta opeens belangstelling voor de vier Alouette’s. Malta heeft eind jaren negentig ook al twee Alouette’s van de luchtmacht gekocht. Aan het einde van de onderhandelingen blijkt Malta echter slechts twee toestellen af te willen nemen.

Dit maakt de weg vrij voor verkoop van de beide andere Alouette’s aan civiele belangstellenden in Nederland: begin 2019 koopt de heer Pieter de Kruijff van Heliflight Stroe de A-275 en de heer Henk van Harten uit Barneveld wordt de trotse eigenaar van de A-301.

Met de verkoop van de vier blauwe toestellen komt er een definitief einde aan de lange en imposante vliegcarrière van Alouette III helikopters bij de Koninklijke Luchtmacht.

In Nederland resteert alleen nog een tiental Alouette’s, in musea, bij (technische) opleidingsinstituten of als poortwachter.

*Zie het artikel “De blauwe Alouette”, gepubliceerd in ‘Onze Luchtmacht’ april/mei 2018.