8 10 1959 Ypenburg

Search and Rescue SAR

Periode 1966–1970

Ten behoeve van de Search and Rescue (SAR)-vlucht plaatste de Koninklijke Luchtmacht in 1966 een order voor vijf Alouette III-helikopters ter vervanging van de kleinere Alouette II’s. Zeven Alouette II’s werden ingeruild voor vijf Alouette III’s. Van de acht Alouette II’s was er inmiddels één verloren gegaan.

De Alouette III’s kregen de registraties H-08, H-20, H-67, H-75 en H-81 en werden gestationeerd op Vliegbasis Ypenburg. Net als bij de Alouette III’s van de GPLV waren de registraties gekoppeld aan de fabrieksnummers. Zo had de H-08 fabrieksnummer 1308.

De eerste Alouette III werd op 18 februari 1966 afgeleverd en naar Ypenburg overgevlogen. De vliegers en monteurs hadden vooraf in Frankrijk bij Sud Aviation een opleiding gevolgd. Vooral het landen op water maakte indruk, mede omdat dit daar vrijwel overal mogelijk was.

Op 8 juli 1967 werd de laatste Alouette III (H-81) afgeleverd. Tegelijkertijd werden de laatste Alouette II’s aan Sud Aviation overgedragen.

Proeven met drijvers

Aanvankelijk vlogen de toestellen zonder drijvers. Op 27 september 1966 landde de H-67, uitgerust met drijvers, op de Noordzee tijdens een oefening met het Vliegveiligheid Oefen- en Testcentrum (OTC).

De proef bleef echter eenmalig. De drijvers beperkten de helikopter te veel in snelheid en gewicht.

Inzet op de Waddeneilanden

Op Terschelling stond vijf dagen per week een Alouette III stand-by voor de schietranges van Vlieland en Terschelling. Naast deze taak werden de helikopters regelmatig ingezet voor het vervoer van patiënten van de eilanden naar ziekenhuizen op het vasteland.

Internationale Rescue Meetings

Op 3 augustus 1967 namen de H-20 en H-67 deel aan de International Rescue Meeting in Koksijde (België). Tijdens het precisiewinchen wist een van de luchtmachtcrews de eerste prijs te winnen.

Op 30 juni 1968 werd deelgenomen aan de International Rescue Meeting in Aalborg (Denemarken). Het resultaat was minder succesvol dan het jaar ervoor, maar de deelname leverde waardevolle ervaringen en internationale contacten op.

Verhuizing naar Soesterberg

Toen Vliegbasis Ypenburg in 1968 een slapende status kreeg, verhuisde ook de SAR-eenheid. De nieuwe standplaats werd Vliegbasis Soesterberg, waar de helikopters werden ondergebracht in hangaar 5.

Nieuw nooddrijfsysteem

Op 16 januari 1969 werd op de H-75 een nieuw nooddrijfsysteem getest. Dit bestond uit twee opblaasbare rubberen drijvers die in een canvascontainer langs de zijkant van de helikopter waren opgeborgen.

In geval van nood konden de drijvers tijdens de vlucht binnen een kwart minuut worden opgeblazen.

Het systeem had echter ook nadelen. Na een landing zat de bemanning ongeveer tot kniehoogte in het water. Bovendien moest een Alouette III die in zout water had gelegen meestal een revisie ondergaan.

In de loop van 1969 werden alle SAR-Alouette III’s met dit systeem uitgerust.

Vluchten voor het Koninklijk Huis

Op 16 april 1969 werd de eenheid officieel aangewezen om vluchten voor het Koninklijk Huis uit te voeren. Hiervoor werden regelmatig Alouette III’s geleend van het eveneens op Soesterberg gestationeerde 298 Squadron.

De reden hiervoor was dat de SAR-helikopters door hun speciale uitrusting zwaarder waren dan de GPLV-Alouette III’s. Daardoor waren er beperkingen in het aantal passagiers en het vliegbereik.

Foto: Koningin Juliana Radiosterrenwacht Westerbork, ingebruikname RadioTelescoop 

Henri Dunant-wisselbokaal

Op 13 juni 1969 nam de SAR deel aan de International Rescue Meeting op Thorney Island (Engeland). Daar won een Nederlands team de Henri Dunant-wisselbokaal.

Aan deze overwinning was een verplichting verbonden: Nederland moest de volgende International Rescue Meeting organiseren.

Deze werd gehouden op 25 mei 1970 op Ypenburg. De eerste prijs ging toen net aan de Nederlandse SAR voorbij. Volgens sommige verhalen gebeurde dit niet geheel toevallig. Er wordt wel gezegd dat de SAR in opdracht van de KLu niet mocht winnen, vanwege de kosten die een nieuwe organisatie met zich mee zou brengen.

Periode 1970–1975

Eerste deklanding op bevoorradingsschip (1970)

Op 1 juni 1970 vond een primeur plaats. Voor het eerst werd een deklanding uitgevoerd op een Belgisch bevoorradingsschip om een patiënt met ademhalingsproblemen op te halen.

Kort daarna, op 8 juni 1970, stortte bij Terschelling een Republic F-84F Thunderstreak neer. Dankzij de stand-by Aérospatiale Alouette III kon de piloot worden gered.

Internationale reddingswedstrijd

Op 12 juni 1971 nam de SAR deel aan de International Rescue Meeting in West Raynham. Tijdens deze internationale wedstrijd wist het team de Rolls Royce Trophy te winnen.

Helikoptercrash bij Klarenbeek (1971)

8 oktober 1971 werd een zwarte dag voor de SAR. De Alouette H-08 crashte bij Klarenbeek.

Aan boord waren eerste luitenant O.P. Boskamp en sergeant-majoor D. Westerhoven. De bemanning had drie dagen in Duitsland gevlogen met Prince Bernhard of Lippe-Biesterfeld. De prins was echter in Hannover op een ander vliegtuig overgestapt en bleef ongedeerd.

De bemanning liep rugletsel op. Voor de vlieger duurde het zeven maanden voordat hij weer mocht vliegen.

Reddingsacties en rampen (1972)

Op 16 februari 1972 haalde een stand-by Alouette III het lichaam van een Duitse piloot van een Lockheed F-104G Starfighter uit zee.

Op 11 augustus 1972 werd groot alarm geslagen na een windhoos op Ameland. Daarbij vielen tientallen gewonden.

Als eerste werd de stand-by Alouette III van Terschelling ingezet. Later volgde versterking van twee SAR-helikopters uit Soesterberg en meerdere Alouette III’s van de GPLV.

Nieuwe internationale overwinning (1973)

Op 9 mei 1973 werd opnieuw een International Rescue Meeting gehouden, ditmaal in Uetersen bij Hamburg. De SAR wist ook deze editie de Rolls Royce Trophy te winnen.

In hetzelfde jaar redde een SAR-helikopter twee mannen van een gestrand luchtkussenvoertuig in de toen nog niet drooggevallen Flevopolder.

Meerdere reddingsoperaties op zee (1973)

Op 15 augustus 1973 werd bij Wassenaarse Slag de gezagvoerder van een in de Noordzee neergestorte Breguet Atlantique opgepikt en naar Marinevliegkamp Valkenburg gebracht.

Een week later, op 22 augustus 1973, werden twee piloten van een McDonnell Douglas F-4 Phantom II uit de Lauwerszee gered.

Bijzondere inzet (1974)

De SAR werd niet alleen voor reddingen ingezet. Op 2 april 1974 werd met behulp van de hoist een ooievaarsnest geplaatst op de kerktoren van Oudkarspel.

Op 19 april 1974 werd een Duitse piloot gered die vier mijl ten noorden van Terschelling met zijn toestel was neergestort.

Op 4 juli 1974 redde een SAR Alouette III vier bemanningsleden van de zinkende pijpenlegger Mulus 1, vijf mijl ten noorden van Schiermonnikoog.

Periode 1975–1980

Op 30 mei 1975 werden de vier overgebleven SAR Alouette III-helikopters uitgerust met een brandstofstortklep. Met drie bemanningsleden aan boord kon, vanwege het gewicht, normaal gesproken slechts één persoon worden gered. Veel vliegtuigen hadden echter een bemanning van twee personen. Door vlak bij de crash brandstof te dumpen kon gewicht worden bespaard, waardoor twee vliegers in één keer konden worden gered.

Op 1 oktober 1975 werd een bijzondere Nederlander ingeschreven bij de burgerlijke stand van Harlingen: Heli Oscar Dick.
Vijf minuten nadat de Alouette III, die zijn moeder van Terschelling naar Harlingen had vervoerd, was geland, werd de baby geboren.

Zijn naam verwijst naar de betrokken hulpverleners:

  • Heli – naar de SAR Alouette III

  • Oscar – naar de eerste voornaam van de vlieger, eerste luitenant Oscar Boskamp

  • Dick – naar de voornaam van de begeleidende arts, Dick van Schie

Pas een jaar later kwam de SAR weer in actie. Op 2 november 1976 werd de vlieger van een gecrashte Lockheed F-104G Starfighter gered. Ondertussen ging het vervoer van patiënten van de Waddeneilanden naar de vaste wal gewoon door.

Op 17 januari 1977 werd de navigator van een Engelse British Aerospace Buccaneer gered.
Na een zoekactie van vijf uur werd op 3 mei 1977 ook de vlieger van een verongelukte F-104G gevonden en gered.

Verplaatsing naar Leeuwarden

Op 30 juni 1977 werd de SAR overgeplaatst naar Vliegbasis Leeuwarden. Tegelijkertijd werd het aantal bemanningsleden verminderd. Stand-by op de eilanden zou voortaan alleen plaatsvinden wanneer de schietranges van Vlieland en/of Terschelling open waren.

Dit besluit leidde tot onvrede bij de eilandbewoners. De helikopters moesten nu vanuit Leeuwarden komen, waardoor het langer duurde om patiënten naar ziekenhuizen te vervoeren.

Daarnaast moesten de SAR-bemanningen ook de weekend-stand-by van de basisvlucht overnemen. Hierdoor was de personeelsreductie voor velen moeilijk te begrijpen.

 

Twintigjarig bestaan

Op 18 mei 1979 werd het 20-jarig bestaan van de SAR gevierd. Tijdens deze bijeenkomst was vooral de inzet tijdens de strenge winter een belangrijk gespreksonderwerp.

Na jaren werd ook weer een Rescue Meeting georganiseerd, ditmaal in Koksijde (België). Over de resultaten van deze bijeenkomst werden geen bijzonderheden gemeld.

Strenge winter van 1979

In de winter van 1979 raakten grote delen van Friesland en Groningen geïsoleerd door zware sneeuwval. Met behulp van Alouette III-helikopters van de SAR en de GPLV werden veel hulpvluchten uitgevoerd.

Voorbeelden van deze hulpacties:

  • 300 broden werden naar het volledig ingesneeuwde dorp Bierum gebracht

  • schapen werden opgespoord en van hooi voorzien

  • monteurs van gas- en elektriciteitsbedrijven werden naar storingslocaties gevlogen

  • zieken, hoogzwangere vrouwen en dialysepatiënten werden vervoerd van en naar de Waddeneilanden

Daarnaast werden tonnen varkens- en kippenvoer per helikopter naar geïsoleerde boerderijen gebracht.

Onder de naam Operatie Melktank werden bij verschillende boerderijen plastic tanks geplaatst, zodat melk tijdelijk kon worden opgeslagen.

Tijdens een vlucht ontdekte een GPLV-helikopter een man die op de grond lag met een gebroken heup. Een toevallig passerende SAR Alouette III, die een brancard aan boord had, vervoerde hem naar het ziekenhuis in Dokkum.

Door de uitzonderlijke omstandigheden was er veel belangstelling voor de operaties. Diverse VIP’s uit Den Haag kwamen persoonlijk poolshoogte nemen.

Periode 1980–1990

Op 10 maart 1980 crashte een General Dynamics F-16 Fighting Falcon in het IJsselmeer. Ondanks een urenlange zoekactie werd de vlieger, mede door het slechte zicht, niet gevonden.

Op 27 augustus 1980 werd de vlieger gered van een Lockheed F-104 Starfighter die drie mijl ten noorden van Terschelling was gecrasht.

Van de tweede Nederlandse F-16 die op 3 juni 1981 crashte bij het Lauwersmeer, konden de vliegers worden gered.

Op 7 juni 1981 werden de vier Aérospatiale Alouette III-helikopters uitgerust met een marifoon. Hierdoor werd radioverkeer op scheepvaartfrequenties mogelijk en kon worden gereageerd op oproepen van de inmiddels opgerichte Nederlandse Kustwacht en op noodoproepen van schepen.

Ten zuiden van Ameland crashte op 20 oktober 1981 opnieuw een F-16. De vlieger kon gelukkig worden gered.

Een bijzonder moment was de 1.000e redding op 13 augustus 1982. Hierbij waren ook de reddingen met de Sud Aviation Alouette II meegerekend.

Op 20 september 1984 werd deelgenomen aan de International Rescue Meeting in Ahlhorn (BRD).

Twee opvarenden van een rubberboot, afkomstig van een seismologisch onderzoeksschip, werden op 17 april 1985 uit de Waddenzee gered. Twee maanden later, op 27 juni 1985, werd een kokkelvisser van de kotter Harlingen 26 gered.

Op 30 augustus 1986 werden twee opvarenden van een Duits zeiljacht ten westen van Holwerd uit de Waddenzee gered.

Een dag later, op 31 augustus 1986, werden twee zeelieden gered uit een rubberboot die behoorde bij productieplatform AWG-1 van de Nederlandse Aardolie Maatschappij.

Op 17 november 1986 werd de vlieger gered van een F-16 die tien mijl ten noorden van Ameland was gecrasht.

Van twee Northrop NF-5 straaljagers die op 16 juni 1987 bij Terschelling crashten, kon helaas slechts één vlieger worden gered.

Op 14 juli 1987 werd deelgenomen aan de International Rescue Meeting in Koksijde (België).

Op 29 oktober 1987 werd aan de SAR de zogenaamde Waddenpluim toegekend. Deze onderscheiding bestond uit een Makkumer aardewerk wandbord en een geldbedrag van 2.000 gulden.

De dienstverlening aan de bevolking van de Waddeneilanden ging ondertussen gewoon door. Op 14 maart 1989 kon de 1.500e reddingsvlucht worden bijgeschreven in de annalen.

Het 30-jarig jubileum van de SAR werd gevierd met de organisatie van een International Rescue Meeting op Leeuwarden. Afgezien van een formatievlucht met vier Alouette III-helikopters nam de SAR zelf niet deel aan de competitie. De stand-by dienst ging gewoon door en veel personeel was nodig om de buitenlandse gasten te ontvangen. Naast deelnemers uit de directe buurlanden waren er ook helikopters uit Portugal en Italië. Ook een Bell UH-1D Iroquois van de Bundesgrenzschutz was aanwezig om de jarenlange samenwerking bij foto-opdrachten langs de Oost-Duitse grens te benadrukken.

Op 5 augustus 1989 werd vijf mijl ten noorden van Ameland een man met een hartinfarct van een visserskotter gehaald.

Met twee Alouette III-helikopters werden op 9 november 1989 21 mariniers bij Pieterburen van het wad gered. Dit was een opmerkelijke redding, omdat de Opsporings- en Reddingsdienst (OSRD) van de Marine Luchtvaartdienst al jaren het bestaansrecht van de SAR betwistte.

Foto: 30 jaar SAR Vliegbasis Leeuwarden

De periode 1990 – 1994

Begin jaren negentig stond voor de Nederlandse Search and Rescue-dienst (SAR) in het teken van modernisering, internationale samenwerking en het afscheid van een vertrouwde helikopter: de Aérospatiale Alouette III.

Internationale erkenning

Op 7 juli 1991 behaalde de Nederlandse SAR een derde plaats tijdens de International Rescue Meet in Koksijde.
Deze prestatie was bijzonder, omdat de Nederlandse bemanning met de kleinste helikopter van het deelnemersveld vloog en beschikte over relatief eenvoudige navigatiemiddelen.

Foto: De H-20 op vliegbasis Koksijde

Nieuwe SAR-helikopters

Op 19 december 1991 besloot de Tweede Kamer tot de aanschaf van drie nieuwe SAR-helikopters. De levering stond gepland voor medio 1993. Deze beslissing markeerde een belangrijke stap in de modernisering van de Nederlandse reddingscapaciteit vanuit de lucht.

Berging na F-16-crash

Op 10 januari 1992 werden ten noorden van de schietrange bij Vlieland de stoffelijke resten geborgen van een vlieger die was verongelukt met een F-16 Fighting Falcon.

Modernisering van de Alouette III

De ervaringen met Very High Frequency-radio’s (VHF) en het Global Positioning System bij andere Alouette III-helikopters waren positief. Daarom werden deze systemen ook in de SAR-toestellen ingebouwd.
Het moderniseringsproject werd afgerond op 19 januari 1993.

Redding van de tanker Shiokaze

Op 19 maart 1993 vond een grote gezamenlijke reddingsactie plaats. Helikopters van de Marineluchtvaartdienst uit Den Helder, de Belgische SAR uit Koksijde en de SAR van Leeuwarden werkten samen.

De chemicaliëntanker Shiokaze stond ongeveer 45 mijl ten noorden van Terschelling in brand. Tijdens de operatie konden elf van de eenentwintig opvarenden worden gered.

Voor zijn moedige optreden tijdens deze reddingsactie ontving sergeant-majoor P. L. Schram de bronzen Carnegie Medal.

Verplaatsing van de SAR-basis

Toen de schietrange op Terschelling werd gesloten, verhuisde de SAR op 2 februari 1993 naar het oostpunt van Vlieland.

Het afscheid van de Alouette III

Op 13 december 1993 werd de SAR-helikopter H-20 uitgefaseerd en overgedragen aan het Militaire Luchtvaart Museum in Soesterberg.

Foto: H-20 in het MLN Soesterberg

Het laatste grote optreden van de SAR-Alouette III’s vond plaats tijdens de Watersnood Zuid-Limburg 1993, waarbij de helikopters hulp verleenden aan de getroffen regio.

Op 18 maart 1994 kwam definitief een einde aan de inzet van de Alouette III binnen de SAR. De drie overgebleven toestellen vlogen in formatie met de nieuwe Agusta-Bell 412SP naar Soesterberg.

De helikopters werden vervolgens verkocht aan de Pakistan Navy en met het bevoorradingsschip HNLMS Poolster naar Pakistan vervoerd.

De taken van de SAR

Hoewel de SAR vooral bekend stond om het redden van vliegers die tijdens oefeningen op de schietranges van Terschelling en Vlieland in nood kwamen, was het takenpakket veel breder.

Tot 1977 behoorde ook het vervoer van leden van het Koninklijk Huis tot de werkzaamheden. Daarnaast werden regelmatig fotovluchten uitgevoerd langs de grens met Oost-Duitsland, in samenwerking met de fotovlucht van Soesterberg. Daarbij werd vaak gebruikgemaakt van het helikopterveld van de Bundesgrenzschutz in Gifhorn.

De SAR speelde ook een rol bij militaire oefeningen en bij opleidingen van het VOTC. Daarnaast verzorgden de helikopters regelmatig medische vluchten waarbij patiënten van de Waddeneilanden naar het vasteland werden vervoerd.

Bijzondere missies

Naast reddingsoperaties voerde de SAR ook tal van bijzondere opdrachten uit. Voorbeelden hiervan zijn:

  • transport van donororganen voor transplantaties

  • het voederen van vogels vanuit de lucht

  • filmvluchten voor cineasten zoals Bert Haanstra en Joris Ivens

  • vervoer van zeehonden naar de Zeehondencrèche Pieterburen van Lenie ’t Hart

De helikopters werden ook ingezet bij evenementen, zoals de Firato, jubilea van steden en dorpen, en als stand-by tijdens autoraces op Circuit Zandvoort. Ook verleende men assistentie tijdens de zeldzame Elfstedentocht.

Soms waren de opdrachten bijzonder creatief: zo werden met een Alouette III de pony’s van een KLu-fotograaf op Terschelling vanuit de lucht gevoerd toen zij door zware sneeuwval waren ingesloten.

Andere speciale missies waren onder meer het plaatsen van een ooievaarsnest op de kerktoren van Waddinxveen, het plaatsen van een kruis op de kerk van Nijland en het neerlaten van een taxateur op de uitgebrande kerktoren van Oudkarspel.


Kort samengevat:
De SAR-dienst voerde gedurende deze jaren een grote verscheidenheid aan taken uit – van spectaculaire reddingsoperaties op zee tot bijzondere en soms onverwachte opdrachten. De periode 1990-1994 markeerde bovendien het einde van een tijdperk met de uitfasering van de vertrouwde Alouette III.